Pamflet: Vermaninge aan de Kercke Godts, I



Ik heb altijd al graag één of meer pamfletten willen bezitten. Waarom weet ik eigenlijk niet, maar sinds het lezen van het boek "De Nederlandse Opstand in de pamfletten 1566-1584" van P. A. M. Geurts, 1956" kreeg ik eindelijk in de gaten dat pamfletten een serieuze bron kunnen vormen voor historisch onderzoek. Onlangs lukte het om voor een betaalbaar bedrag de hand te leggen op maar liefst twee pamfletten!
 
Tja, en dan? Wat moet je daar dan mee? Lezen natuurlijk en kijken of het mogelijk is om de boodschap te snappen en diezelfde boodschap in een bredere context te plaatsen. Maar hoe doe je dat?
Nu lijkt het mij voor de hand te liggen dat je begint met de 'buitenkant'. Hoe ziet het pamflet eruit, de staat waarin het verkeerd dus. Zijn er kenmerken die later zijn toegevoegd? Waarom? Zitten er afbeeldingen in? Hoe is het drukwerk? En ga zo verder.

Is die klus geklaard dan schakel ik door naar de inhoud. Waar gaat het over? Is het pamflet ergens een reactie op? Een eerder pamflet? Een politieke, militaire of religieuze gebeurtenis? Is er iets te zeggen over de toonzetting? Persoonlijk? Is het een lasterschrift? Kortom, nog meer zaken zullen al voortgaande aan de orde moeten of kunnen komen. Ik ga het zien.

Laat ik om te beginnen starten met een eenvoudige titelbeschrijving: Vermaninge aan de Kercke Godts, die tot Utrecht is, om ghemeenschap der Heyligen te onderhouden in Godt-vruchticheydt, heylicheydt, liefde ende vrede door de eenicheyt des geestes / Franciscus Junius. - Rotterdam, Dirck Lamberse. - 1662.

Het pamflet is ook benoemd in de "Catalogus van de pamfletten-verzameling berustende in de Koninklijke Bibliotheek, 1889-1920" van W.P.C. Knuttel onder nr. 8679. Aldaar verwijst hij nog naar de "Bibliotheek van Nederlandsche pamfletten .... van Joannes Thysius en de bibliotheek der Rijksuniversiteit te Leiden" van L.D. Petit, met nr. 3277. En zo weet ik dat er toch nog minstens twee andere exemplaren van 'mijn' pamflet zijn: in de KB (Knuttel) en in de Leidse Universiteits Bibliotheek/Thysius (Petit). Maar dan heb ik wel een probleem, want als ik Petit mag geloven heeft het door hem beschreven exemplaar 12 pagina's; het mijne heeft er 16 en zo te zien het exemplaar in de KB ook! De vraag is nu, heeft Petit een andere versie? Of is dezelfde tekst afgedrukt op een iets groter formaat? Nader onderzoek moet het leren. Terug naar het titelblad.

Op het titelblad zie ik een paar hele kleine inktspettertjes, daar waarschijnlijk terecht gekomen toen iemand helemaal bovenaan met vulpen? een getal opschreef: 32. Waarom? Nu bekruipt mij toch een vervelend gevoel, want wat is het geval? Vroege verzamelaars lieten hun pamfletten vaak met tientallen exemplaren samen inbinden in één band. Latere titelbeschrijvers of onderzoekers voegden daar met de hand dan volgordenummers aan toe. Dat vergemakkelijkt het opzoeken immers; u zoekt Vermaninge aan de Kercke Godts? Dat is terug te vinden onder nummer 32 in band/boek XX. Moderne handelaren haalden/halen zo'n band uit elkaar om dan de losse pamfletten apart te verkopen. Dat zal dan wel meer opleveren. Mijn exemplaar vertoont bij het bindwerk verschijnselen die op een dergelijke praktijk wijzen. Zie het plaatje hieronder. Het tweede pamflet, waarover later meer, heeft ook zo'n nummer.


Afgezien van het rafelige ruggetje, het naaiwerk is wel oké, is de staat waarin het pamflet zich bevindt goed te noemen. Het zetwerk is minder goed te noemen: ongelijkmatig geïnkt, het registeren had beter gekund, niet ernaast, maar scheef. En wat ik nooit eerder heb gezien, de regels worden op één bladzijde langzaamaan breder naarmate men de onderkant nadert, niet veel, maar toch. Op de laatste, niet bedrukte bladzijde, is een watermerk te vinden.
 

In de volgende Pamflet: Vermaninge aan de Kercke Godts, II sta ik nog even stil bij de twee kleine plaatjes in dit pamflet, de drukker en de auteur om dan over te gaan op de behandeling van de inhoud.

Wordt vervolgd.

Comments

Popular posts from this blog

Pamflet: Vermaninge aan de Kercke Godts, IV

Pamflet: Vermaninge aan de Kercke Godts, II