In mijn vorige blogs heb ik, naast een meer algemeen stuk, een korte beschrijving gegeven van het pamflet met de titel Vermaninge aan de Kercke Godts, die tot Utrecht is, om ghemeenschap der Heyligen te onderhouden in Godt-vruchticheydt, heylicheydt, liefde ende vrede door de eenicheyt des geestes / Franciscus Junius. - Rotterdam, Dirck Lamberse. - 1662. Ik stond o.a. stil bij enkele catalogi die dit pamflet hebben opgenomen, de illustraties en de namen van de personen die op het titelblad worden genoemd. Het wordt nu tijd voor de inhoud.
Het eerste wat opvalt is dat er sprake is van twee duidelijk onderscheiden delen. Het eerste deel heeft de titel "Kort Historisch verhaal, van de oneenicheyt inde Kercken van de eerste Reformatie binnen Utrecht, getrocken uyt het derde deel van de Historie van Peter Bor" en het tweede deel is aangeduid met de woorden "Aen alle Broeders die tot Utrecht woonen, geroepen heyligen, genade en vrede van Godt den Vader, ende onsen Heere Jesu Christo onsen eenigen salighmaecker ".
Het lijkt er op dat Junius Jr. de aanleiding van zijn verhaal meent te moeten zoeken in een citaat genomen uit een boek van Peter Bor, Historie, het derde deel. Maar misschien is het geen citaat, maar eerder een samenvatting, want ik heb in het derde deel van de Historie met diverse zoekopdrachten gezocht (het boek is digitaal beschikbaar op Google Books) en niets gevonden dat lijkt op wat ik lees in het pamflet. Die Peter Bor is trouwens niet de eerste de beste. Hij was historicus, opgeleid als notaris, die de moeite had genomen veel te publiceren over de aanloop tot en de eerste decennia van de Tachtigjarige oorlog. Hij werd later in dienst genomen door de Staten van Holland om de Geschiedenis verder af te maken. Zijn werk is diverse malen herdrukt en heeft vaak aan de basis gelegen van historisch onderzoek van latere historici.
Wat is namelijk het geval (en ik volg hier de samenvatting)? Junius Jr. verhaalt over de religieuse scheuring die is ontstaan in Utrecht zo ongeveer tussen 1576-1581. Hij verwijst naar Huybrecht Duyfhuys die eerst priester was, maar brak met de traditionele Roomse kerk. Van deze Duyfhuys is wel wat bekend. Hierna volgt een samenvatting van de tekst (ca. 200 woorden) door Gemini AI van de nederlandstalige Wikipediabladzijde en de gegevens uit het Biographisch woordenboek der Nederlanden / Aa, A.J. van der. Deel 4, J.J. van Brederode, Haarlem 1858. :
Hubert Duifhuis (1531–1581) was een invloedrijke priester die in de Utrechtse Jacobikerk een eigen, irenisch (vredelievend) hervormingspad bewandelde. Geïnspireerd door de geest van Erasmus, streefde hij naar een hervorming van binnenuit (“kerk in de kerk”), wars van de dwingende orthodoxie van zowel Rome als de calvinistische Geneefse leer.
Vanwege zijn sympathie voor de Reformatie en een geheim huwelijk ontvluchtte hij Rotterdam, om later in Utrecht als prediker terug te keren. Hier profileerde hij zich als een verdraagzaam leidsman die zich fel verzette tegen gewetensdwang. Ondanks bittere conflicten met katholieke kapittels en strikte gereformeerden, genoot hij de onvoorwaardelijke steun van het stadsbestuur, dat hem zelfs financieel compenseerde na een kortstondige verbanning.
Duifhuis’ prediking, gekenmerkt door een open avondmaalspraktijk en een focus op de liefdesboodschap, maakte diepe indruk op figuren als Willem van Oranje. Na zijn dood in 1581 bleven zijn invloedrijke "Sermoenen" (preken) van blijvende betekenis voor de pluriforme kerkopbouw. Zijn nalatenschap van weldadigheid en religieuze vrijheid leefde voort in zijn nageslacht, onder wie zijn kleindochter Huibertje, een bekende weldoenster van de Rijnsburgse collegianten.
Het is die gewetensdwang (ik citeer uit het pamflet: "Maer seyde [Duyfhuys] daer by, dat hy niet goet en vont soodanige Kercke Regieringe als de andere aen te stellen in sijn Parochie, wesende ... in plaets van het een menschelijck juck, dat hy had afgeworpen, weder een ander op sijn schouders laden."), maar ook de steun die Duifhuis krijgt van de lokale overheid en de elite komt een paar keer aan de orde. Het gedachtengoed van Duyfhuys en de steun leidde volgens Junius Jr. tot een scheuring in Utrecht, ik citeer weet uit het pamflet: "Groote verbitterheyt quam hier om tusschen beyde partyen, ende daer uyt openbare scheuringe."
Junius Jr. eindigt zijn samenvatting met een verwijzing naar zijn vader, die een brief geschreven zou hebben met daarin een poging iets te doen aan de godsdienstige tweedracht (zo in 1576-1581 dus) die in Utrecht ontstaan was. Die brief was gesteld in het Latijn en is hier nu door zijn zoon vertaald naar het Nederlands.
Maar waarom doet Junius Jr. dat, zo'n vijfenzeventig jaar later?
wordt vervolgd
Comments
Post a Comment